Ongelijke span anders bekeken

| Renco Schoemaker | | 1 reactie

Ongelijke span anders bekeken

De tekst over het ongelijke span uit 2 Korinthe. 6:14-18 is niet onomstreden. Vandaag een verkenning van de (veelzijdige?) betekenis.

Heel wat jaren terug kwam ik in aanraking mijn de Bijbeltekst over het ongelijke span. Naast dat dit inmiddels een aardige anekdote is naar mijn idee, wil ik ook bespreken hoe ik afgelopen week wederom aan deze tekst dacht. Alleen wel in een compleet andere context. Tijd om die twee perspectieven eens met elkaar in verbinding te brengen. Ik had sowieso wel zin in een blog met Bijbelteksten nadat mijn laatste blogs hier minder op gestoeld waren. Daarom vandaag extra veel!

 2 Korinthe. 6:14-18

Laten we de betreffende tekst er direct maar eens bij pakken. In de NBV lezen we:

14 Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Wat is de verwantschap tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken? 15 Waarin lijken Christus en Beliar op elkaar? Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen? 16 Wat heeft de tempel van God met afgoden te maken? Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: ‘Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, ik zal hun God zijn en zij mijn volk. 17 Daarom zegt de Heer: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is. Dan zal ik jullie aannemen 18 en jullie vader zijn, en jullie mijn zonen en dochters – zegt de almachtige Heer.’

Hetzelfde span? Dat slaat om een span paarden. Beliar? Daarover lees je hier meer. Woorden die we niet vaak meer gebruiken. Het leek me waardevol om ook te kijken wat er in de BGT staat. Daar lezen we:

 14 Jullie mogen je leven niet delen met ongelovigen, want jullie passen niet bij hen. Het doen van Gods wil heeft niets te maken met het doen van slechte dingen. Net zoals licht niets te maken heeft met donker. 15 Christus lijkt toch niet op Satan? Dan past een gelovige toch ook niet bij een ongelovige? De tempel van God heeft niets te maken met afgoden. En wij, de gelovigen, vormen samen de tempel van de levende God. God zegt in de heilige boeken: 'Ik zal bij jullie wonen en altijd bij jullie blijven. Ik zal jullie God zijn, en jullie zullen mijn volk zijn. 17 Ga daarom weg bij de ongelovigen. Leef niet langer met hen samen. En raak geen dingen aan die onrein zijn. Dan zal ik jullie met open armen ontvangen. 18 Ik zal jullie vader zijn, en jullie zullen mijn zonen en dochters zijn. Dat zeg ik, de machtige Heer.'

Dit leest een stuk begrijpelijker. Naar mijn idee nogal een tekst hé! Je leven niet delen met ongelovigen? Da’s nog knap lastig in een samenleving waarin het christendom tot een minderheid is verworden. Ik begrijp deze tekst zelfs als in: ga als gelovige geen huwelijk aan met een ongelovige. Zo kreeg ik deze tekst ook uitgelegd op catechisatie vroeger al moet ik zeggen dat de predikant zich haastte de tekst te nuanceren. Iets wat me terecht lijkt, maar daarover straks meer. Eerst even die anekdote.

Introducé

Voor mij was catechisatie tijdens mijn tienerjaren iets heel gewoons. Elke dinsdagavond togen we vanuit Wijhe naar het markante kerkje in Windesheim alwaar de predikant zelf ons uit gedegen materiaal onderwijs gaf. Ik ging er niet met tegenzin heen, maar ik keek er ook niet naar uit. Mijn toenmalige vriendin, inmiddels al heel wat jaren vrouw, was een aantal jaren van haar jonge jeugd christelijk opgevoed. Toen wij ‘wat’ kregen was geloven niet iets vanzelfsprekends voor haar dus toen ik haar een keer mee kreeg naar catechisatie was dat best een dingetje.

We waren nog geen 10 minuten bezig en daar dropte de predikant even de tekst voor die avond. Je vult het wel in. Mijn vriendinnetje zag zichzelf op dat moment niet als een gelovige en mij wel. Dus een ongelijk span. Dus einde verhaal dan maar? Dat staat er toch?

Nuancering

Allereerst vroeg ik mij af in hoeverre je iemand die bereid is mee te gaan naar de catechisatie van haar vriendje als een ongelovige kan bestempelen. Sowieso nogal een ongenuanceerd woord waarmee ik volgens mij nog nooit een ander heb omschreven. Het voelt enorm uit de hoogte, alsof iemand kan zien wat er ten diepste in het hart van andere ligt. Er zijn we niet allemaal afhankelijk van diezelfde genade? Daarom, verwijder eerst die balk alvorens de splinter van de ander aandacht krijgt.

Daarnaast roept diezelfde Paulus (de schrijver van de brief) ons op de liefde te hebben voor álle mensen (1 Thess. 3:12) en als vriendelijk bekend te staan bij álle mensen (Fil. 4:5). In 1 Korinthe 5: 9-13 lezen we een deel van de context waarin we Paulus’ uitspraken dienen te plaatsen:

9 Ik heb u in mijn vorige brief gezegd dat u niet moet omgaan met ontuchtplegers, 10 maar dat betekent niet dat u alle ontuchtplegers die er in de wereld zijn, of alle geldwolven, uitbuiters en afgodendienaars moet mijden. Dan zou u de wereld moeten verlaten. 11 Wat ik bedoel is dit: u mag niet omgaan met iemand die zichzelf een broeder of zuster noemt, maar in feite een ontuchtpleger is, een geldwolf, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard of uitbuiter. Met zo iemand mag u beslist niet eten. 12 Waarom zouden we over buitenstaanders oordelen? U hoeft toch alleen te oordelen over leden van de gemeente? 13 Over de buitenstaanders zal God oordelen. Maar binnen de gemeente geldt: ‘Verwijder wie kwaad doet uit uw midden.’

En de BGT staat het als volgt:

9 Jullie mogen niet omgaan met mensen die verboden seks hebben. Dat heb ik jullie ook al in mijn vorige brief geschreven. 10 Ik bedoelde daarmee niet alle mensen op deze wereld die verboden seks hebben. Want dat soort slechte mensen kom je overal tegen, net als mensen die alleen voor het geld leven, of mensen die stelen, of afgoden vereren. Als je zulke mensen niet tegen wilt komen, moet je deze wereld verlaten! 11 Nee ik bedoelde in mijn vorige brief iets anders: Jullie mogen niet omgaan met christenen die verboden seks hebben. Jullie mogen ook niet omgaan met christenen die alleen voor het geld leven, of afgoden vereren, of anderen uitschelden, of veel te veel drinken, of stelen. En jullie mogen met zulke mensen ook niet samen eten. 12-13 We mogen geen oordeel uitspreken over mensen die geen christen zijn. Dat zal God wel doen. Maar jullie kunnen toch wel een oordeel uitspreken over de mensen in jullie eigen kerk? Zorg er dus voor dat die man die verboden seks heeft, uit de kerk gezet wordt!

Er was dus nogal wat aan de hand in de gemeente ten tijde van deze brieven en Paulus wil de mensen aanvuren een zuiver leven te leiden. Als individu, maar ook als gemeente. Dat betekent ook dat je moet reageren als mensen dingen doen die in strijd zijn met Gods wil.

Not the same

Laten we dus niet 2 Korinthe. 6:14-18 uit de context rukken en een harde grens trekken tussen ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ (bewust met aanhalingstekens). We hebben als christenen niet het patent op het nastreven van een gezond, oprecht, liefdevol en rechtvaardig leven. Len blogde er al over naar aanleiding van zijn eigen 11 tips tegen onrecht. Er zijn ontzettend veel mensen die dit alles ook oprecht nastreven: die zich onthouden van verboden seks, ontzettend vrijgevig zijn, niet stelen, niet teveel drinken en anderen niet uitschelden. En niet in God geloven. Paulus roept dus ook niet op niet met hen om te gaan, of over hen een oordeel uit te spreken.

Waar hij ons volgens mij wél toe oproept is nagaan of de afstand tussen je eigen levensovertuiging en die van je (toekomstige) man/vrouw niet te groot is. Want als dat wel zo is, dreig je elkaar daar kwijt te raken en vorm je niet de eenheid zoals God die bedoeld heeft. Die eenheid kan inderdaad geen ongelijk span zijn: de één probeert een oprecht christen te zijn terwijl de ander eigenlijk alleen maar bezig is met méér bezit te vergaren. En zo zijn er nog veel andere voorbeelden te bedenken. Paulus roept ons, volgens mij, op een dergelijke, ongebalanceerde verbintenis niet aan te gaan. Maar niets staat ons in de weg een verbintenis aan te gaan met iemand die oprecht ruimte geeft voor God in de relatie (ook al lijkt het maar weinig). Dan mogen we van Hem verlangen en verwachten dat een mosterdzaad kan uitgroeien tot een heel grote boom.

Tot slot

Eerder blogde ik al eens over Five Capitals (hier en hier). Een 2,5 jarig leertraject gericht op managers en ondernemers met als doel het (leren) leven van een geïntegreerd leven. Een leven waarin God voorkomt in alles wat je doet, dus ook in de zakelijke context. Het lijkt mij ontzettend leuk en leerzaam daar aan deel te nemen en eenzijdig had ik eigenlijk al besloten dat te gaan doen. Maar dat toenmalige vriendinnetje, nu al jaren mijn mooie, lieve vrouw gaf aan: voorkom dat we een ongelijk span vormen (mijn bewoording).

Want met een zoontje van 2 en een kindje op komst wordt het een serieus gezin. Een eenheid die veel tijd vraagt. En door eenzijdig deel te nemen aan een leertraject, waarvan ik grote verwachtingen heb qua geloofsgroei, veroorzaak ik mogelijk zelf een onbalans in deze eenheid. Enerzijds omdat ik daar veel tijd aan kwijt zal zijn welke mijn vrouw deels moet compenseren (jeugdouderling zijn overstijgt ook een hobbymatige tijdsinvestering kan ik u, mede namens mijn vrouw, melden). Anderzijds door onvoldoende als eenheid te groeien in geloof.

Ik doe dus niet mee met het leertraject. En dat voelt als een goed besluit. De spanning die het mogelijk met zich meebrengt op het gebied van praktische zaken en eenzijdige geloofsgroei ruil ik in voor duurzame groei in geloof als onderdeel van onze eenheid in gezin. En ook daar heb ik hoge verwachtingen van. Dat ongelijke span kan je op veel manieren bekijken, dat heb ik wel geleerd.

Photo Credit: Moyan_Brenn via Compfight cc


Comment

  • Hoi, volgens mij is de kern van deze tekst (en zo legt Paulus het daarna ook uit) het verschil tussen licht en duisternis. Als je Christus hebt aangenomen (Hij is het licht der wereld) wandel je in het licht. Zo niet dan wandel je nog in de duisternis. Je bent immers een tempel(vers 16!) van de HG die in je woont. Geen geloof = geen HG en dus duisternis in je hart. Je volgt de afgoden. Iemand die Christus aanneemt heeft zich bekeerd van de afgoden tot de levende God. 1Tess 10:9.
    “…hoe u zich van de afgoden tot God bekeerd hebt om de levende en waarachtige God te dienen,..”
    Er is geen grijs gebied. Je hebt de HG of niet. Je bent een tempel van Christus of….
    En verkering of huwelijk is geen middel om te evangeliseren. Daarom waarschuwt Paulus hier zo voor. Niet aan beginnen!

    14 Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?
    15 En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige?
    16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
    17 Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen,
    18 en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

geloofsvoer.nl – voer voor gelovigen

copyright © 2013-2020