geloofsvoer.nl – voer voor gelovigen. Elke twee weken een blog van Dick of Renco. Lees en leer met ons mee.

Reflectie vd jeugdouderling

| Renco Schoemaker | | Reageren
In oktober 2014 schreef ik de blog "Waarom van de jeugdouderling". Vandaag een reflectie op deze blog en op het jeugdouderling zijn.

In oktober 2014 schreef ik de blog “Waarom van de jeugdouderling“. Zoals je misschien weet is de termijn/duur voor een ouderling, of: een ambtsdrager, doorgaans vier jaar (maar dat hoeft niet). Dat betekent dat ik mijn werk als jeugdouderling in de aanloop naar de zomervakantie zal gaan afronden en hopelijk overdragen naar mijn opvolger. Het leek me zinvol eens terug te kijken op mijn periode als jeugdouderling in onze gemeente. De eerdere blog neem ik daarbij als vertrekpunt. Heeft het aan mijn verwachtingen voldaan? Of misschien belangrijker: heb ik aan de verwachtingen van anderen, vooral de jeugd uit jeugdouderling, kunnen voldoen?

De waarom-vraag

Ik vraag je met klem de eerdere blog te lezen. Daarin benadruk ik het belang van de ‘waarom-vraag’. Dat was in die blog al een wat ongemakkelijke vraag en ik moet bekennen dat dit ten dele is gebleven. Eerlijkheidshalve lees ik de laatste paragraaf uit de blog met wat schaamte. Ik lijk erg gefixeerd op die waaromvraag en vooral op het publiekelijk kenbaar maken van mijn antwoord op die vraag. De jeugdouderling; da’s toch iemand die in vuur en vlam staat? Jazeker, die momenten heb ik. Onmiskenbaar voor mij, maar doorgaans niet vanaf het podium tijdens een praatje. Ik bedoel, dat praten gaat prima, maar dat kwetsbaar zijn en middels een soort ‘getuigenis’ m’n verhaal doen, dat ligt me minder. Dat neemt niet weg dat een getuigenis erg krachtig kan zijn en maakt dat geloven niet op afstand blijft.

Persoonlijk gedij ik beter in kleine kring als het gaat om mijn persoonlijke geloofsleven. In waardevolle discussies die ik heb met vrienden, familie, tieners of wie dan ook. Samen lastige vragen afpellen, ontdekken, onder de indruk raken, lezen, bidden. Het staat zo haaks op de verwachting waar ik zo naarstig aan wilde voldoen. Nog steeds ben ik van mening dat die waaromvraag belangrijk is, maar ik ben niet meer van mening dat dit per sé op dat moment op het podium door mij uitgedragen had moeten worden. Het weten op zichzelf, als doel, heeft in afnemende mate mijn aandacht.

Een helder antwoord (?)

Ik kijk met veel plezier en voldoening terug op mijn periode als jeugdouderling. Boven verwachting, heb ik mijn rol als ‘jonge telg’ in de kerkenraad geprobeerd in te nemen. Om te veranderen dat je met 31 een jonge telg ben in een kerkenraad. Het heeft me tijd, zorgen, moeite, spanning, boosheid, frustratie, voldoening, kracht, geloof gekost/opgeleverd. Ik heb, denk ik, als jeugdouderling veel geprobeerd te organiseren, af te stemmen, te verwoorden en bij elkaar te brengen. In mijn eerdere blog schrijf ik:

Het is heel makkelijk een opsomming te maken van al het jeugdwerk in onze gemeente. Geheid een paar complimenten na afloop. Maar dan gaat het ongemerkt vooral over het wat en wie. Waarom eigenlijk jeugdwerk? Waarom eigenlijk een jeugdouderling willen zijn?

En dat is het: complimenten ontvangen doet goed. En complimenten krijg je wanneer je alle (jeugd)activiteiten opsomt, en ik twijfel niet aan de oprechtheid van deze complimenten. Maar ergens zit er iets in van: fijn dat iemand dat regelt/overziet. En zo is het ook. Het gaat niet om mij, ik vervul een rol in het grotere geheel (onderdeel van het lichaam). Ik schrijf verder:

Zetten we het raam van ons hart open voor de ander als het gaat om deze vragen? Mag de ander naar binnenkijken en zien wat ons ten diepste drijft? Dit veronderstelt dat je daar voor jezelf een helder antwoord op kán formuleren. Dat is lang niet altijd het geval merk ik bij mijzelf.

Jazeker, dat raam moet, en is, open. Maar doet hoeft van mij niet meer vanaf het podium. Want op het podium moet het kort, bondig en het liefst gebruikmakend van het kerkelijk vocabulaire dat we elkaar hebben aangeleerd. Veel liever dus in kleine kring, met vrienden of andere mensen uit de kerk gebruikmakend van mijn eigen woorden (soms te grof). En dat heldere antwoord formuleren is in kleine kring al moeilijk genoeg, laat staan vanaf een podium.

Het geforceerde antwoord

Zoals al kort genoemd, ik lees mijn antwoord met gemixte gevoelens. Goede bedoelingen, voortkomend uit de wens tegemoet te komen aan wat ik denk dat een jeugdouderling zijn inhoudt. Leest u even mee?

De God die er altijd is en die de macht heeft over alles en iedereen heeft míj geschapen. Hij had mij al lief voordat ik er was. Hij zegent mij met vele gaven en roept mij op te leven in de voetsporen van Jezus. Die Jezus die in mijn plaats de schuld op zich nam zodat ik een vrij mens mag zijn. Ik weet dat ik geaccepteerd ben zoals ik ben en daarom wil ik ook niets liever doen dan een rol vervullen in Zijn grote plan voor ons. Het vertrouwen en de ervaring dat ik daarvoor de Heilige Geest ontvang geeft mij rust en moed. Om in alle eerlijkheid en kwetsbaarheid mijn levenspad delen met anderen. Anderen die ik ook wil accepteren en zien zoals zij zijn. Gods gemeente heeft in dit alles een belangrijke rol want daar zijn die anderen. Met wie ik samen wil bidden, leren, danken, organiseren, enthousiasmeren en inspireren. Binnen en buiten onze gemeente. Vooral voor en samen met jongeren, omdat hun eigen zoekproces naar God voeding nodig heeft én zij zelf zeer inspirerend zijn door hun eerlijkheid en twijfel. Dit alles met vallen en opstaan.

Ik wil doen vanuit het zijn.

Rationeel ben ik het inhoudelijk nog steeds 100% eens met wat ik schreef. Maar dit is niet hoe ik schrijf, of praat. Het geforceerde antwoord heb ik als jeugdouderling gelukkig vrij snel kunnen laten voor wat het is. Ik heb alle ruimte ervaren helemaal mijzelf te zijn als jeugdouderling en die rol te vervullen op een manier die past bij mij(n karakter). En dat heeft gemaakt dat ik mij met plezier heb ingezet. En ja, soms voelde het wel als teveel. En soms had ik het rustig, en dat vond ik dan ook maar gewoon oké.

Fundament

Tot slot nog even over praten. In de eerdere blog benadruk ik dat praten met jongeren i.p.v. over jongeren. Daarin ben ik, denk ik zelf, wel geslaagd. Ik heb veel jongeren uit onze gemeente (veel) beter leren kennen en ik vind het leuk om van ze te horen wat ze bezighoudt en motiveert. Maar ik heb die jongeren beter leren kennen door te doen. Vanzelfsprekend is dit onlosmakelijk verbonden met wie ik ben (het zijn), maar het doen heeft, voor zover iets waarin ik doelgericht heb geïnvesteerd, zeker de bovenhand gehad. Beter leren kennen is alleen niet hetzelfde als een ‘pastor’ zijn. Deze laatste taak wordt gelukkig in onze gemeente ook ten dele vervuld door kringleiders.

Dat fundament waarover ik schreef (het zijn); dat lijkt er wel te zijn en behoeft, zo meen ik geleerd te hebben, minder constante aandacht dan het doen. Althans, niet vanuit mijn rol als jeugdouderling per sé. Mijn zijn, mijn identiteit in onze gemeente ligt niet opgesloten in mijn rol als jeugdouderling. Ik kan en mag gewoon een leuke taak vervullen en dat behelst, jawel, vanalles doen. Dat heb ik met plezier gedaan en ik twijfel er niet aan dat dit ook in het resterende deel van dit (kerkelijk) jaar het geval zal zijn.

Nou, her en der zwabbert deze blog wat heen en weer, maar ik hoop dat ik wat gedachten op rij heb kunnen zetten. Volgende week vrijdag weer een bak herrie voor jullie.

Vorige blog
Volgende blog

Renco Schoemaker
Laatste blogs van Renco Schoemaker (see all)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

copyright © geloofsvoer.nl - 2013-2020