geloofsvoer.nl – voer voor gelovigen. Elke twee weken een blog van Dick of Renco. Lees en leer met ons mee.

Wildlife door La Dispute

Twee weken geleden heb ik hier op geloofsvoer.nl het album ‘Somewhere at the Bottom of the River between Vega and Altair’ besproken (check) met de belofte dat ook de overige twee albums aan de beurt komen. Nu maak ik wel eens vaker beloftes bij een post (zo van ‘daar gaan we het later nog eens over hebben’), maar deze los ik graag snel in.

Voor ik het weet sta ik in Duitsland in de pit bij ze dus wat poëtisch voorwerk kan geen kwaad. Daarnaast vind ik het ook gewoon leuk om te doen en momenteel is tijd geen “issue” (jaja) dus waarom ook niet. Hopelijk kunt u het bijhouden met lezen. Ik troost mijzelf maar met de gedachte dat lezen een tikje minder tijd kost dan schrijven. Anyway, here we go.

Wildlife

Het eerste dat toch wel opvalt is de lengte van de albumtitel: aanzienlijk korter dan die van hun debut album. Ik heb geen voorkeur, maar ’t bekt wel wat lekkerder. De titel slaat op ons menselijk leven: de “samenvatting van ons bestaan”. Het vorige album ging over de ervaringen van twee mensen in hun onderlinge relaties: het mooie, maar ook de pijn en het verdriet. Ik heb in de vorige bespreking bewust het hoopvolle nummer ‘The Last Lost Continent’ niet behandeld in de hoop dat eenieder het zelf zou gaan luisteren en meelezen. Of dat nu gebeurd is of niet: graag deel ik eerst een passage over deze hoop:

And sing for all your friends and family; sing for those who didn't survive.
But sing not for their final outcome; sing a song of how they tried.
We live amidst a violent storm; leaves us unsatisfied at best,
So fill your heart with what's important, and be done with all the rest.

Het album ‘Wildlife’ is meer observerend van aard en  minder direct dan ‘Somewhere…’. Wat ik hiermee bedoel: op ‘Somewhere…’ beleeft de hoofdpersoon alles zelf, heel dichtbij. En hij reageert daar op verschillende manieren op, maar vindt toch hoop & betekenis aan het einde van het album. Op ‘Wildlife’ schrijft zanger  Jordan Dreyer over gebeurtenissen die de hoofdpersoon meemaakt vanuit de derde persoon, waaraan deze persoon betekenis ontleent voor zichzelf. Opvallend is dat Dreyer eerst alle teksten heeft uitgewerkt en dat er daarna muziek bij gecomponeerd is. Bij hun debut was dat precies andersom (en überhaupt gebruikelijker?).

Tracks

Vanwege het conceptuele gehalte van het album is een ‘front to back’ luisterbeurt aan te raden. Maar zo luister ik elk album al, dus geen probleem. De nummer zijn te categoriseren in vier monologen, onderbroken/gestart door inter- of preludes (gepresenteerd als brieven). De indringende wijze van beschrijven/observeren maakt dat je als luisteraar soms onprettig dicht op de gebeurtenissen zit.

In nummer één gaat het over een breuk die op een zeker moment heeft plaatsgevonden waardoor de hoofdpersoon (vanaf nu ‘hij’) het gevoel heeft dat hij z’n verstand aan het verliezen is. Hij schrijft oa:

I know I never used to feel like this. I used to never think of death or hear voices. I used to feel Like everything was perfectly in order, a normal life, but I guess then came a departure.

Nummer twee introduceert een man die de weg in z’n leven (of: de betekenis van het alles) kwijt is. Hij speelt piano en dat lijkt de enige manier om orde te krijgen, maar in real life lukt dit niet. Het nummer eindigt met driemaal een vertaling van deze innerlijke strijd:

There’s a melody in everything,
I’m trying to find a harmony but
Nothing seems to work,
Nothing seems to fit.

‘St. Paul Missionary Baptist Church Blues’ als titel van nummer drie; over de teloorgang een kerkgebouw in zijn woon- en geboorteplaats. Als metafoor voor de teloorgang van de hoofdpersoon (althans, zo voelt hij dat zelf).

It had to know, had to feel that glory never coming back,
Like I could feel it when the passion left, the last of what I had,
It had to know like I knew.
And I can’t find it still.
Might not ever.

Vooral in het einde van het nummer gaat deze metafoor goed werken. Wanneer hij hem weer op zichzelf betrekt.

And just the other day I swear I saw a man there
Pulling weeds out of the concrete, sweeping up and patching cracks,
I saw him lift a rag to wash the years of filth from off those windows.
Made me wonder if there’s anyone like that for you and me and
Anybody else who broke and lost hope.

Nummer vier gaat over diezelfde ‘hometown’. Hij is kennelijk nooit vertrokken; nooit verder gegaan. Niet zoals zijn vrienden. En nu staat de verlorenheid van het dorp symbool voor zijn eigen gevoel van verlorenheid. Hij houdt echter hoop dat ook hij eenmaal zal vertrekken / verder zal komen in zijn leven. “Pulling weeds out of the concrete” als beeld voor herstel (zie nummer 3). Maar heel zeker is hij er niet van.

I still believe I might get left here. I Might turn 63 still sweeping up the gutters in the street or weeding concrete. Wait and see. We’ll wait and see. Or, rather, I will. Only me.

Nummer vijf is de eerste ‘interlude’ waarin de hoofdpersoon reflecteert. Waarom voelt hij zich zoals hij zich voelt? Hoe komt het dat hij vast zit in zijn leven? Heeft hij het wel echt geprobeerd? Een lange, eerlijke overpeinzing (hier volledig te lezen). Wat flarden:

I think the thing is that I shut off from everything.
From friends and family and my own ambitions.
From having fun.
I just shut off from everything.
Do I feel embarrassed about it?
I think you know the answer to that.
I think you’d probably feel a little bit embarrassed for me,
wouldn’t you?
But looking back I maybe never tried hard enough,
and it is my fault.

Maybe I never tried at all

Het zesde nummer gaat over zinloosheid door werkloosheid. Hij verhuist en probeert opnieuw te starten in de rust van een bos, maar faalt. Hij ervaart dat hij (wederom?) ‘a change of scenery’ nodig heeft, mogelijk zijn oude woonplaats. Innerlijke rust wordt niet gevonden door elders te gaan wonen.

I need to leave. I can’t marry this place.
I won’t bury the past. I just need a change of scenery.
I will hold these old streets sweetly in my head like her.
And I will praise their bravery always and again.
Let tongues confess the plague of joblessness
a temporary illness.

Nummer zeven vertelt zijn dieptepunten, wanneer hij ’s nachts een ander persoon is. Op zoek naar seks. Hij praat het goed richting zichzelf door het te zien als een ‘ontdekking’, een noodzakelijke (spirituele?) ervaring die nodig is om te kunnen beoordelen hoe de vrucht smaakt. Het nummer heet dan ook: The Most Beautiful Bitter Fruit.

So was our touch half as sacred as I’ve made it seem
Or just another fabrication of a half-dream?
Just those chemicals, the adolescent love.
Just us trying to grasp onto meaning,
Onto a purpose,
Onto a sense that
Something spiritual releases when the feeling hits.

Hij besluit met:

Don’t be ashamed, be free to the feeling. Don’t be ashamed, keep feeling.
But find it: a body that makes sense.

I’ve felt it.

Het achste nummer is wederom een brief waarbij de sfeer heel wat donkerder wordt. Een opener naar wat, naar mijn mening, de drie beste nummer van het album zijn.

Third time writing you a letter, getting darker. I’m getting worse and worse.

Hij voelt dat zijn gevoelens veranderen, dat het donkerder wordt in en om hem heen:

I’m increasingly aware I’ve been painting things in gray,
I’m increasingly alarmed by the pain,
I’m increasingly alive to every cloud up in the sky,
I’m increasingly afraid it’s going to rain.

Aan het einde fluistert hij bijna, en besluit met onderstaande woorden. Mijn interpretatie is dat hij hier verwijst naar de mens, als de ergste in het bestaan (‘wildlife’). Je proeft zinloosheid omdat de dood toch wel komt. Beetje zware kost, maar een passende opmaat naar de volgende drie nummers.

And the worst of the wildlife wears clothes and can pray and
The worry, the wonder, for three meals a day.
Only death unimpeded, not slowing it’s pace,
Brings that petty, old worry and wonder away.

King Park, nummer 9. Heftig nummer over een ‘drive-by shooting’ die verkeerd afloopt. Een jongetje sterft.  In het begin schreef ik dat Dreyer schrijft over gebeurtenissen die de hoofdpersoon als derde persoon meemaakt. Het maakt dat je oncomfortabel kort op de gebeurtenissen zit. De volledige tekst lees je hier.

Shots were fired from an SUV heading northbound, Eastown,
The target a rival but they didn’t hit the target this time.
They hit a kid we think had nothing to do with it.
All these marks of youth soon transformed coldly into stone for fights and stupid feuds.
For ruins wrapped in gold. And cruelly I recall why I have come: To find a reason. But
There cannot be a reason, not for death, not like this. Not like this.
Three days later they made funeral plans. The family.
Three days later a mother had to bury her son.

Een aan het einde van het nummer is de schutter aan het woord die verscheurd is door schuldgevoelens omdat het niet de bedoeling was déze jongen te raken. De opbouw naar het hoogtepunt van dit nummer is indrukwekkend. Dreyer schreeuwt aan het einde de vraag:

“Can I still get into heaven if I kill myself?
Can I still get into heaven if I kill myself?
Can I ever be forgiven cuz I killed that kid?
It was an accident I swear it wasn’t meant for him!
And if I turn it on me, if I even it out, can I still get in or will they send me to hell?
Can I still get into heaven if I kill myself?”

Na al dit geweld start nummer 10 gelukkig rustig. Even op adem komen. Denk je. Edward Benz, een man die hij tegenkomt in een winkel, wordt 27 keer gestoken door zijn schizofrene zoon en overleeft het ternauwernood. Ook hier zit je er als luisteraar kort op. En ook hier zijn teksten en muziek mooi en nauw verweven.

You put the key into the lock and turned it. Felt the bolt slide away. Slowly open. Went into the hall, his son held a knife, standing off in the shadows, lunged forward and tackled him. Stabbing him over and over and breaking that window. He fled up the staircase. The ambulance came, stitched and filled him with blood while the cops took his son with his wires so tangled his father was a stranger.

Dit hakt er in.. Het stompt hem af en hij besluit met de woorden:

And I sit in my apartment.
I’m getting no answers.
I’m finding no peace, no release from the anger.
I leave it at arms length.
I’m keeping my distance.
From hotels and Jesus and blood on the carpet.
I’m stomaching nothing.
I’m reaching for no one.
I’m leaving this city and I’m headed out to nowhere.
I carry your image.
Your grandfather’s coffin.
And Ed, if you hear me, I think of you often.
That’s all I can offer.
That’s all that I know how to give.

Man, en dan nog nummer 11, de laatste in deze monoloog. Het gaat over een jongetje dat sterft aan kanker. Hij kent zowel het jongetje als zijn ouders en bewondert hoe zij beide met dit vreselijke bericht leven richting het einde. Hij vertelt chronologisch, incl. datum, hoe dit gaat. Het spreekwoordelijke ‘hoogtepunt’ is op de sterfdag: 19 januari. Wederom de opbouw, de standvastigheid, het vertrouwen op God en dan, min of meer, de verlossing als het einde gekomen is. Maar eerder nog deze rake tekst:

July 9-There’s a suffering when I look in his eyes. He’s been through so much.
We’ve all been through so much but what incredible resolve our little boy shows,
only 7, standing face to face with death.
He said it’s easy to find people who have suffered worse than him.
“Like Jesus, suffered worse than anyone,” he told me last night, “when God abandoned him.”

En dan de dood/verlossing.

January 19-We buried our son today, our youngest child,
and while his death was ugly we must not let it scare us from God.
Abundant grace has restored him. A brand new body.
And set him free from the torture, finally rid of the cancer.
Before the moment he left he briefly wrested from death, suddenly opened his eyes, said,
“I SEE EVERYTHING. I SEE EVERYTHING.”

Het maakt diepe indruk op hem. En op mij. En de (spirituele) diepgang zet voort in de volgende brief, nummer 12, waarin hij zich afvraagt wie het eigenlijk is die schrijft. En aan wie zijn de brieven eigenlijk gericht? Hij denkt dat ie gek wordt, maar herinnert zich dat hij een pot van tafel stootte die brak. Een metafoor voor zijn leven.

I know I knocked the table over because I watched the jar break
and I’ve been trying to repair it every single stupid day
But won’t the cracks still show no matter how well it’s assembled
can I ever just decide to let it die and let you go?

Of een metafoor voor Zijn leven?

All my motives and every single narrative below reflects
that moment when it broke and will I never let it go
No matter what? Now I am throwing all the shards away,
discarding every fragment, and fumbling uncertain towards a Curtain call
that no one wants to happen,
that no ones going to clap for at all, but that still has to be.

De brief wordt opgevolgd door nog twee nummer. Eerst nummer 13: een soort samenvatting van alle ellende en narigheid die we over ons heen hebben gekregen. De ‘bruises’ (blauwe plekken) die het achterlaat en de angst die het creëert.

Show me all your bruises. I know everybody wears them.
They broadcast the pain-how you hurt, how you reacted.

Ook protesteert hij tegen het feit dat niemand hem heeft voorbereid op alles in zijn leven. Dat de grote vragen onbeantwoord blijven.

Were you told as a child how cruel the whole world can be?
Did anybody ever tell you that?
Tell me what your purpose is? Who it was that put you here and why?

Hij vraagt zich af of hij overeind zal blijven zoals de moeder uit nummer 10 en de vader uit nummer 11. Of hij ook verder zou kunnen met z’n leven na zoiets ergs.

I’m not sure if I’m ready yet to find out the hard way
How strong I am. What I’m made of.
I’m not sure if I’m ready yet to walk through the fire.
I’m not sure I can handle it.
She lost her kid, only seven, to cancer.
She answered with faith in her god and carried on,
While he was attacked by his son and was stabbed in his stomach and his back and his arms.
He showed me scars.
82 years old, told me, “I still have my daughter and my wife. And I still have
My life and my son.”

Hij concludeert dat we allemaal iets of iemand nodig hebben om door het leven te komen. Niemand kan zonder. We maken allemaal ook moeilijke dingen mee. Hij vat het krachtig samen:

Tell me what your worst fears are. I bet they look a lot like mine.

En besluit met:

Everyone in the world comes at some point to suffering.
I wonder when I will. I wonder.
Everyone is out searching for someone or something.
I wonder what I’ll find. I wonder.

En dan de afsluiter, nummer 14. Zal het een net zo hoopgevende en relativerende track worden als ‘The Last Lost Continent’ op ‘Somewhere…’? Ik vond van wel, al is de tekst subtieler en minder direct. Hij herhaalt eerst zijn eerdere constatering:

No one should ever have to walk through the fire alone.
No one should ever have to brave that storm. No,
Everybody needs someone or something.

En daarna heeft hij het over iemand die er is, maar toch ook niet.

Some days I swear I can feel you splitting the light through the window frame.
The shapes it makes are always warmer, always brighter than the rest of what comes through.

Some days I swear I can hear you sing to me or whisper my name in the slightest way.
It’s like the warmest light now laid across my bedroom floor is somehow actually you and
Not just sunlight.
But the truth is, you were never there. You won’t ever be.
Sometimes I think I’m not either so what do I do
When every day still seems to start and end with you?
And you won’t ever know, you won’t ever see,
How much your ghost since then has been defining me.

Ikzelf denk dat hij hiermee verwijst naar God en zijn Geest. Het hele album is doordrenkt van tragedies, onrechtvaardigheid en dood. Subtiele en minder subtiele verwijzingen naar God en Jezus. Dus ook een album van geloof en doorzettingsvermogen. Het vermogen om samen met Hem en met anderen verder te kunnen wanneer het leven zwaar is. Dreyer noemt niet alles bij naam. Hij stelt meer vragen dan hij beantwoordt. Maar vindt ook licht op de donkerste plaatsen. Hij sluit af met:

I will sing sweetly hope that the notes change but
I do not need it to happen. I’m not resigned to it. And
If they never do I’ll sing your name in every line.
Just like I did throughout this. Just like I’ve always done.
In every gun, the empty church, and every tortured son.
In all those giving up. In all those giving in.
Until I die I will sing our names in unison.
Until I die I will sing our names in unison.

Mooi vind ik, maar oordeel zelf.

De volgende keer hun meest recente album ‘Rooms of the House‘ als laatste post in dit drieluik.

Renco Schoemaker

Blogger at geloofsvoer.nl
Renco is 34 jaar, man van Sara en vader van Joah (6) en Lotta (4). Hij was jeugdouderling in een Nederlands Gereformeerde kerk in Zwolle. Door de week adviseert hij over informatiebeveiliging en privacy. Daarnaast mag hij graag fietsen, hardlopen, tv series kijken en bloggen. Luistert tot slot graag naar harde christelijke herrie.
Renco Schoemaker

Latest posts by Renco Schoemaker (see all)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Elke maand onze blogs in je mailbox

copyright © geloofsvoer.nl - 2013-2018