Skip to main content

Morgen zal het Pasen zijn

Een rondgang om het waarom van het lijden

Dick kreeg tijdens een vergadering een boek in zijn handen gedrukt. Een rondgang over het waarom van lijden. En is blij dat hij het las.
| Dick Sluiter |

Ik kreeg tijdens een vergadering met collega’s een boek in mijn handen gedrukt ‘Morgen zal het Pasen zijn’ van Dr. A.F. Troost. Met een niet perse tot lezen aanzettende ondertitel: een rondgang om het waarom van het lijden.

Ik heb het boek toch aangenomen, want als de 40 dagentijd, waar ik tijdens dit schrijven middenin zit, ergens over zou moeten gaan is dat het nadenken over lijden. Over Jezus lijden aan het kruis, maar ook over ons eigen lijden, maar net zo goed over berouw en inkeer over lijden wat we anderen aandoen. Direct of indirect. Deze 40 dagentijd is natuurlijk niet alleen maar weeklacht, maar net zo goed een periode van ‘tel je zegeningen’, letterlijk en figuurlijk.

Ik zal een paar stukken citeren uit het begin hoofdstuk van het boek die mij raakten. Ze lijken misschien willekeurig, omdat er ook hele stukken niet worden geciteerd, maar ik ga mijn best doen er toch een leesbaar geheel van te maken. Wellicht volgen later nog verdere uitweidingen over de rest van het boek.

De passages die mij raken schuren, ze stellen vragen die ik vaak uit de weg ga. Ze confronteren me met de lastige kanten van het leven en het geloof. Maar juist door hier voor jezelf eens dieper op in te gaan, over na te denken buiten de tekst om, kom je volgens mij tot de kern van ons geloof. De kern van wie God is, voor wie God voor jou is. En dit komt nu precies overeen met wat de 40 dagentijd zou moeten doen.

Vragen (1)

Het boek opent meteen heftig: de auteur staat op een mooie lentedag aan het graf van zijn 5-jarige dochter, twaalf jaar geleden gestorven aan kanker. Dit graf ligt bij een kerk, de kerk van de schrijver, waar hij eveneens pastor is.

Job wordt ook meteen geïntroduceerd als gesprekspartner, waar net zo tegen gesproken wordt als ware het een persoon van vlees en bloed in het hier en nu, maar wel de Job met de welbekende bagage, historie van ellende, die hij over zich kreeg uitgestort.

Na een beschrijving van de huidige ‘wrede schepping’ en de oorsprong van de zondeval volgt onderstaande tekst:

“Maar vooruit, zelfs al zou ik dit helemaal niet goed zien en al zou werkelijk door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva al deze ellende in de wereld zijn gekomen, dan nóg heb ik zo mijn vragen.

In dat geval vraag ik me af of die straf die ons is opgelegd wel overeenkomt met de zonde die we gedaan hebben. Ja, ik weet het wel, dat klinkt behoorlijk opstandig, misschien zelfs behoorlijk eigenwijs, maar ik waag het erop, ik doe het jou aan mijn zijde, Job. Per slot van rekening heb ik uitgerekend van jou geleerd om niet alles voor zoete koek te slikken wat vrome theologen je op de mouw willen  spelden. Het zal allemaal wel heel goed en geestelijk zijn bedoeld, maar ik kan mijn hart er niet in mee krijgen. Ik zou in elk geval protesteren tegen de onrechtvaardigheid die er in zoveel ellende op aarde te vinden is. Waar hebben dieren het toch aan te danken dat ze uitgekleed en opgevreten worden? Aan ónze zonden? Aan dat wat wij ménsen verkeerd hebben gedaan? Maar moet ik werkelijk geloven dat de rechtvaardige Schepper de dieren straft om wat wij mensen verkeerd hebben gedaan? Ik heb er moeite mee dat te geloven. En zeg dan niet al te rap dat het maar tijdelijk is en in de eeuwigheid allemaal wel weer terecht zal komen, want dan zeg ik het H.S. Versnel na: ‘Vooralsnog heeft het mij te veel weg van een door een ongediplomeerd architect gebouwd huis, dat weliswaar leuk oogt, maar overigens kiert, lekt en verzakt, doch waarvan de makelaar meedeelt dat het op den duur allemaal vanzelf overgaat.’

Hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk kom je altijd weer bij die laatste, alles overheersende vraag: waarom heeft de Architect niet direct al  gezorgd voor een betere constructie? Hij had toch kunnen weten dat dit plan niet aan de verwachtingen zou beantwoorden? En, hoe dan ook, ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat om onze ongehoorzaamheid er zulke loodzware straffen opgelegd zouden moeten worden. Dan vraag ik me af: Kon het een onsje minder?” (p. 17-18)

Morgen zal het Pasen zijn

Atheïsme

Het atheïsme – dat is wat overblijft, Job, als je niets anders meer hebt dan deze, ellendige, verhalen. En reken erop dat het lokt, dat geloof in een leeg heelal! Reken erop dat het aantrekkelijk is, voor een oude én een voor een nieuwe, opgroeiende generatie: te geloven dat niets en niemand je de weg kan wijzen en je de les kan lezen, zonder God door de wereld te gaan, vrij om zelf je leven in te vullen, niet gebonden door al die onzinnige dogma’s van zichzelf en elkaar tegensprekende theologen! Zeker, voorlopig zal er nog religie genoeg zijn, dat houd je niet tegen. ‘God is dood; maar er zullen misschien nog eeuwen lang holen zijn waar men ons zijn schaduw laat zien; en wij – wij moeten ook nog zijn schaduw overwinnen’, zei Nietzsche. Maar uiteindelijk zal er toch niemand meer over zijn die al die Bijbelse fabeltjes geloven kan? Een goede God – wie kan daar nu nog aan vasthouden? (pagina 29)

“Een goede God – wie kan daar nu nog aan vasthouden?”

Vragen (2)

Er is in deze moderne tijd niet nieuws onder de zon. Denk maar niet, Job, dat wij in deze tijd al die oeroude vragen waar jij al tegenop liep, overwonnen hebben. Ze gaan blijkbaar met ons mee, de eeuwen door. De Griekse wijsgeer Epicurus (341-270 voor Christus!) kwam al met de vraagstelling: ‘Of God wil het kwaad wegnemen en is er niet toe in staat, of hij is ertoe in staat, maar hij wil niet. Het is ook mogelijk, dat hij noch wil, noch ertoe in staat is of zowel wil als ook ertoe in staat is. Als hij wil, maar het niet kan, dan is hij niet almachtig en dat past niet bij God. Als hij niet wil, noch ertoe in staat is, is hij zowel afgunstig als niet almachtig en dus geen God. Als hij het wil èn ertoe in staat is (en dat alleen past God) wat is dan de oorsprong van het kwaad, en waarom zorgt hij er niet voor dat het verdwijnt?

Je zou toch eigenlijk tot de conclusie moeten komen: Omdat er kwaad bestaat, is God óf almachtig en kwaad, óf zwak en goed, óf zwak en kwaad, maar nooit almachtig en goed.

Kijk, Job, dat is nu precies de vraag die mij bezighoudt: Wat is de oorsprong van het kwaad? En waarom zorgt God er niet voor dat het verdwijnt? Of zou je kunnen blijven geloven  in God zonder  een antwoord op die vragen te krijgen? Is het de moeite waard  om je aan Hem toe te vertrouwen terwijl je wat die laatste vragen betreft in het duister blijft rondtasten? Wat vind jij, Job, kan dat? Ja, jij hebt het geleerd! In alle ellende heb jij daar een weg in gevonden. Maar hoe heb je dat voor elkaar gekregen, Job? En hoe krijgen wij, in deze tijd, zo barstensvol twijfel en ongeloof, dat voor elkaar? (p. 29-30)

En hier eindig ik. Met meer vragen, dan antwoorden. Dat klinkt als een makkelijk einde, ik hoef immers niet met antwoorden te komen, of in dit geval de schrijver van het boek niet. Maar zoals de achterkant van het boek al zegt (inzet 2), een écht antwoord is er niet. Dit is namelijk geen zelfhulpboek, net zo min als de Bijbel dat is. De vraag die wordt gesteld is belangrijk: waarom we, ondanks deze hiaten, ons leven in dienst stellen van God, oftewel: waar komt ons geloof vandaan?

Over het boek en de auteur

Dit boek is het verslag van een reis, een rondweg, een ommegang rond de vraag naar het waarom van lijden en pijn, ziekte en zonde, nood en dood. Geschreven in de originele en aansprekende stijl die de auteur eigen is.

Het gaat om een zoektocht naar antwoorden. Een antwoord blijkt er niet te zijn, maar wel een ‘hand-woord’. En ook een ‘anti-woord’.

Samen met de aartslijder Job zoekt de auteur naar een woord waarmee mensen verder kunnen in dagen van verdriet.

Over de auteur

Dr. A.F. Troost (1948) werkte o.a. in jeugdwerk en pastoraat en diende als hervormd predikant de gemeenten van Doeveren, Asperen, Ermelo en Zuiderdorp. Na zeven  jaar gewerkt te hebben in het hartje van Amsterdam woont hij thans in de vestingstad Heusden aan de Maas. Dr. Troost publiceerde tal van liedteksten en enkele dagboeken.

Iets meer over auteur Dick Sluiter

Dick is zo’n 40 jaar, getrouwd en vader van drie kinderen. Hij woont in Zwolle en is zeer geïnteresseerd in alles wat met religie te maken heeft, van kunst tot wetenschap en van traditioneel tot postmodern. Zijn beste ideeën voor blogs en podcasts bedenkt hij onder de douche. Als jongerenwerker in meer dan één kerk weet Dick de overdenkingen altijd goed te verbinden aan de praktische realiteit.

Categorieën

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.